Judo

Judo, de zachte weg

Het judo (‘ju’=zacht / meegeven, ‘do’=weg > ‘judo’=zachte weg) is een bewegingsvorm met als oefenstof de aanval en verdediging in het ongewapend gevecht van man tegen man.

Bij het judo wordt gebruik gemaakt van werptechnieken en controletechnieken (houdgrepen, armklemmen en verwurgingen) waarbij wegens wederzijds respect geen blijvend letsel toegediend wordt. Vanwege deze ‘zachte’ omgangsvorm is het judo zeer geschikt voor de opvoeding. Men leert hierbij respect te hebben voor anderen, en het behalen van een overwinning op een tegenstander zonder uiting van wilde agressie.

judo

Oorsprong
De judosport is ontwikkeld uit het oude jiujitsu. Daar waar het jiujitsu als voornaamste en enig belangrijk doel heeft de overwinning van de tegenstander, heeft het judo daarentegen een bredere opvoedkundige basis gekregen door het weglaten van alle ‘harde’ elementen. De oprichter van het hedendaagse Kodokan judo, meester Jigoro Kano, werd in 1860 geboren in het dorp Mikage. Vanaf 1871 studeerde hij in Tokio aan de Keizerlijke Universiteit, en behaalde een graad in economische en politieke wetenschappen en een doctoraat in de filosofie.

Ofschoon tenger van lichaamsbouw en klein, nam hij het besluit even sterk te worden als zijn medestudenten en begon jiujitsu te leren. Als leerling kreeg hij les van o.a. meester Teinosuke Yagi, meester Hachinosuke Fukuda, meester Masatomo Iso van de Tenshin-Shinyo-Ryu en meester Tsunetoshi Ikubo van de Kito-Ryu. Nadat Jigoro Kano een dusdanige kennis opgebouwd had, kon meester Ikubo hem niets meer leren. In 1882 opende Jigoro Kano zijn eigen school, de Kodokan (bijeenkomst voor verkondiging der waarheid), en onderwees zijn eigen methode ‘judo’.

Begin 1882 werkte hij met 9 leerlingen (waarvan Saigo Shiro zijn beste leerling) in een dojo met 12 tatami’s gelegen in de Eishotempel. In 1886, tijdens een toernooi door de stedelijke politie van Tokio, kwam de doorbraak. De Kodokan won het toernooi met 13 overwinningen en 2 onbesliste wedstrijden. In 1887 werd het Kodokan judo technisch aangevuld en omstreeks 1922 ook geestelijk tot perfectie gebracht. Tengevolge van een longontsteking op 4 mei 1938, opgelopen tijdens een bootreis van Caïro via Amerika naar Japan (bijeenkomst van het Olympisch Comité), overleed meester Jigoro Kano.

Heden ten dage wordt het judo wereldwijd beoefend door vooral jeugdige sporters, en is onderdeel van de Olympische Spelen waar vooral Anton Geesink de Japanse dominantie doorbrak.

Trainingen
De trainingen van het Budocentrum staan open voor alle leeftijdsklasses vanaf 3 jaar.
Op de dinsdagmiddag van 16:30 – 19:30 uur verzorgt Rob de Groot in drie groepen de technische (wedstrijd)training van de jeugd van 6 t/m 11 jaar.
Op de dinsdagavond van 19:30 – 20:30 uur doet Harrie Beusink dit voor de jeugd van 12 jaar en ouder. Van 20.30 tot 21.30 uur is er een training voor recreanten en senioren o.l.v. Harrie Beusink.

Zaterdag staat in het teken van de beginnende jeugd, en begint ’s ochtends met twee peuter/kleutergroepen van 3 tot 4 en 5 tot 6 jaar.
In deze groep worden de basistechnieken van het judo (vallen, rollen en omdrukken) op een speelse manier bijgebracht door Harrie Beusink.
De derde en vierde zaterdagmorgen groep is voor beginnende judoka’s van 7 jaar en ouder en staan tevens onder leiding van Harrie Beusink.

Neem contact op met een van de trainers om te achterhalen welke groepen het best geschikt zijn om in te beginnen.
Het is ook mogelijk om 2 proeflessen te volgen, dit is mogelijk tijdens de trainingen, bij voorkeur op de zaterdag. Dan zijn er meerdere trainers aanwezig die al uw vragen kunnen beantwoorden.
Tijdens de vaantjes, examens en wedstrijden zijn er geen proeflessen.

Wedstrijden
Het Budocentrum neemt deel aan meerdere toernooien en kampioenschappen van andere verenigingen of van de Judo Bond Nederland zelf. Om aan deze wedstrijden mee te kunnen doen is het lidmaatschap van de Judo Bond Nederland verplicht.

Om wedstrijdervaring op te doen organiseert het Budocentrum voor haar leden zelf ook een aantal toernooien en competities zoals de Clubvaantjes en de eventuele regionale toermooien.

De wedstrijdselectie Judoka’s nemen deel aan de wedstrijden via het selectieprogramma.

Clubvaantjes
De Clubvaantjes is een competitie waarbij alle jeugdleden van het Budocentrum wedstrijdervaring op kunnen doen in een voor hun bekende omgeving. De deelnemers worden ingedeeld in kleine poules van ongeveer 4 tot 8 judoka’s en draaien per competitiedag 4 wedstrijden. Bij deze wedstrijden kunnen punten verdiend worden:

Gelijkspel, 1 punt
Winst met yuko, 5 punten
Winst met wazari, 7 punten
Winst met ippon, 10 punten
Samen met de 10 bonuspunten welke bij deelname aan de competitiedag zelf toegekend worden, kan per dag maximaal 50 punten verdiend worden. Elk seizoen worden 4 tot 6 competitie dagen georganiseerd in de dojo van het Budocentrum (zie info vaantjes). Na elk seizoen wordt na de stijlprijswedstrijden de seizoensprijzen aan de top drie uitgereikt. Door elk seizoen door te tellen kunnen voor elke honderd punten gekleurde vaantjes verdiend worden. Deze gekleurde vaantjes lopen in dezelfde volgorde als de judobanden:

Wit (100 punten)
Geel (200 punten)
Oranje (300 punten)
Groen (400 punten)
Blauw (500 punten)
Bruin (600 punten)
Zwart (700 punten)
Rood/wit geblokt (800 punten)
Rood (900 punten)
Voor een totaalstand van 1000, 1500 en 2000 punten worden standaardjes en voor 2500 punten een beker uitgereikt. Deelname aan de competitie is gratis, en hoeft niet voor elke competitiedag aangemeld te worden. De poule indeling met aanvangstijden staan vermeld op de formulieren in de gang van de dojo. Ook de seizoensranglijst is na elke ronde in te zien op hetzelfde prikbord. Zie voor meer informatie ook het reglement clubvaantjes competitie

Examens
Elk jaar worden er tijdens de judolessen examens afgenomen door de trainers Harrie Beusink en Rob de Groot.
Tijdens deze examens worden de vorderingen van alle judoleden beoordeeld naar de richtlijnen van de Judo Bond Nederland.

Bij de senioren wordt alleen met hele kyugraden gewerkt. Deze kyugraden lopen dan van wit (6e kyu), via geel (5e kyu), oranje (4e kyu), groen (3e kyu), blauw (2e kyu) naar bruin (1e kyu). Vanaf zwarte band (1e dan) worden de examens via het district afgenomen in Markelo. Voor de jeugd wordt bij elke band een aantal tussenstappen genomen (de zogenaamde slippen). Deze slippen lopen in dezelfde volgorde op als de judobandkleuren. Bij de peuters worden in plaats van slippen gewerkt met stippen. Deze stippen lopen op van blauw, rood en groen naar zwart.